Twee bezoeken aan de raffinaderij

Artikelindex

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Isla terrein 20140911 005 smallVan de directie van RdK (Refineria di Korsou) kregen we speciale toestemming om het terrein van de raffinaderij te bezoeken; in het verleden bestond dit gebied uit verschillende plantages, Asiento, een groot deel van Rio Canario, Valentijn, De Hoop, Bleinheim, Gasparito, een deel van Heintje Kool, een klein deel van Roozendaal en een deel van Marchena. Wij, de leden van de werkgroep Archeologie Curaçao, waren geïnteresseerd of er in dit gebied nog overblijfselen te vinden zouden zijn van vroegere landhuizen, bijgebouwen en graven. Zeker is dat er niets meer te vinden zal zijn op het gedeelte waar nu de raffinaderij-installaties staan; ten Westen hiervan is een gebied, waar geen installaties staan, dus wellicht dat daar nog wel iets te vinden zou zijn.

Op donderdag 11 september 2014 brachten we ons eerste bezoek. Na de securityprocedure doorlopen te hebben werden we begeleid door Hoofd Security, de heer Pietersz, de heer Cedrick Martina van RdK en de bewaker, de heer Hasselmeyer van de Isla Raffinaderij. De heer Pietersz bracht ons eerst naar een klein kerkhof. We wisten dat er een graf zou zijn op het raffinaderijterrein, maar we hadden niet verwacht een klein kerkhof aan te treffen temidden van de raffinaderij-installaties. Blijkbaar waren er speciale condities verbonden aan de verkoop van de plantage Asiento aan de toenmalige CPIM, de Curacao Petroleum Industrie Maatschappij. In een artikel van de heer C. P. Briët wordt hierover de volgende tekst uit de koopakte aangehaald: zullende de eigenaar der plantage Asiento voor altijd een vrij voetpad van twee meter, vijf decimeter, een centimeter en twee millimeter breed moeten laten, om zoowel van den waterkant als van de landzijde naar de familiebegraafplaats, die negen meter, vier decimeter en en twee centimeter in het vierkant is, te kunnen gaan.  En dat is inderdaad het geval. Er is een kleine ommuurde begraafplaats met drie graven. Het eerste graf is van Charles August Graaf de Larrey, die is gestorven op 13 augustus 1832; het tweede graf is van zijn vrouw Petronella Elisabeth Coerman, die is overleden op 22 oktober 1845. Het is niet helemaal duidelijk wie er in het derde (cilinder) graf ligt maar er is een aanduiding dat daar de mullatin Maria Gregoria, ook wel Pauw of Pouw genaamd, is begraven.
Dit was een interessante vondst voor ons.

Onze volgende stop was het vroegere directeurshuis in het gebied dat bekend staat onder de naam Negropont; dit huis is zo typisch Nederlands dat het me doet denken aan vergelijkbare huizen in Zeist in Nederland. Het is niet meer bewoond, maar wordt nog wel gebruikt voor speciale vergaderingen, presentaties en projecten. Vanaf dit punt ging de heer Pietersz terug naar zijn werkplek en werden we verder begeleid door Cedrick Martina en de heer Hasselmeyer.

We reden naar het gedeelte dat bekend staat onder de naam Marchena Yard. Dat deel is niet in gebruik voor installaties. Eerst stopten we om te kijken naar een plek, die op de Werbatakaart is aangeduid als een graf. Maar hier konden we geen enkele aanduiding van terugvinden.
Vervolgens reden we door naar het gebied waar in het verleden het landhuis Marchena gestaan moet hebben. Dat gebied bleek echter vrij recent schoongemaakt te zijn. Ten Noorden van het schoongemaakte stuk vonden we wel nog artefacten, maar verder geen resten van een fundering van het landhuis.

Dit herhaalde zich op de vroegere plantage Gasparito; hier troffen we een gebied aan dat was overwoekerd door Wabi's; klaarblijkelijk is ook dit gebied in het verleden schoongemaakt. We hebben hier niet echt gezocht naar restanten van gebouwen. We zijn ten Noordoosten van de lokatie van het voormalige landhuis gaan zoeken naar waterwerken. We vonden een dam en een gedeelte van een waterbak. Er zouden ook enkele waterputten moeten zijn, maar de zeer dichte vegetatie maakte het zoeken daarnaar erg moeilijk. In het verleden liep hier een rooi en blijkbaar is hier nog steeds water vrij dicht onder de oppervlakte, waardoor er een mooi groen gebied is ontstaan.

Daarmee kwamen we aan het einde van ons eerste bezoek. We reden terug naar de ingang van de raffinaderij in Emmastad, waar we onze auto's hadden geparkeerd.
kijk hieronder voor foto's van het eerste bezoek en dan naar het verslag van het tweede bezoek op een volgende pagina.


De volgende donderdag, 18 september, gingen we weer naar de raffinaderij voor een tweede bezoek. De heer Cedrick Martina en de heer Hasselmeyer waren nu ook weer onze gidsen. Deze keer reden we naar de Marchena Yard en gingen we verder te voet. Eerst gingen we op zoek naar restanten van Villa Reaal, maar daar vonden we niets van. Ons volgende doel was de locatie van het landhuis Heintje Kool; daar troffen we enkele artefacten aan, delen van dakpannen, pleisterwerk en een stuk van een hoek van een muur. In ieder geval bewijs dat hier in het verleden een gebouw heeft gestaan.
Niet zover hiervandaan vonden we een Kadaster meetpunt.

We vervolgden onze route over de voormalige Schottegatweg; de fundering van die weg is nog duidelijk zichtbaar. Naast de weg vonden we een aluminium bordje met de aanduiding Hoogspanningskabels; dit was een bord van CPIM, de naam van wat later Shell werd. Ook troffen we diverse duikers aan, die het water onder de oude weg doorleidden. En enkele moderne waterputten, die niet meer in gebruik zijn.

We volgden, waar mogelijk, de oude weg, maar vaak moesten we uitwijken vanwege de dichte vegetatie. We gingen zo naar de plek waar we hoopten nog restanten te vinden van het landhuis Roozendaal. Dat lag dicht tegen wat nu het hek is van de raffinaderij. Helaas bleek ook dit gedeelte schoongemaakt te zijn. In de buurt, waar nog wel vegetatie te vinden was, troffen we nog diverse artefacten aan van dit landhuis. Dakpannen, keukenpotten, aardewerk en IJsselstenen. Maar geen sporen van een fundering. Waarschijnlijk zijn bij het schoonmaken van dit terrein de artefacten hier terechtgekomen.

We wandelden terug naar onze auto's. Langs die route vonden we een tweede hoogspanningsbordje. Dit droeg de naam van Shell Curaçao, dus blijkbaar is dat van latere datum dan het eerste van CPIM.

Al met al twee interessante bezoeken. Niet dat we veel hebben gevonden, maar de kennis dat er geen restanten meer te vinden zijn van de vroegere landhuizen is ook belangrijk.

Deze twee bezoeken zouden niet mogelijk zijn geweest zonder de toestemming en volledige medewerking van de directie van RdK en onze gidsen, waarvoor we bijzonder dankbaar zijn.